10. Symbolische droom

In mijn droom betreed ik een kerkgebouw via een zijportaal, waarna ik in de hoofdbeuk kom. Daar staan met jassen volgehangen rekken, het lijkt een grote, rommelige garderobe. Links van de hoofdbeuk staan nogal wat mensen; er is iets aan de hand. Ik kan zonder te worden gezien dichterbij komen en mij stilletjes tussen de achterste mensen voegen. Vooraan zie ik een geestelijke in de lucht, met zijn voeten ongeveer op ooghoogte. Ik zie niet dat hij ergens op staat en constateer dat die mensen naar hem luisteren, maar zijn stem hoor ik niet. Dat beeld verdwijnt en dan lopen allen ineens in een stoet, met die geestelijke op lange stelten voorop. Door de ruimte tussen de mensen kan ik zien dat zijn voeten door de lange soutane niet zichtbaar zijn, maar die lange houten stokken wel. De stoet gaat voort door een brede straat in de richting van een water, naar een brug, maar gaat er niet overheen. De stoet gaat via een helling omlaag en komt onder de brug in een soort kelder, die doodloopt tegen een wand. Aan de linkerzijde zie ik door een groot rechthoekig gat in de wand water, waarin gelaarsde benen bungelen, wat doet vermoeden dat er mensen op een balk boven het water zitten. Plotseling zakt achter de stoet een groot traliehek omlaag en zijn wij allen opgesloten. Ik voel dat ik er niet bij hoor, die kerk niet had moeten ingaan en niet had moeten meelopen. Ik kijk naar dat gat om via die balk op de brug te kunnen komen, maar de bungelende benen zijn ineens verdwenen.

Bij het wakker worden realiseerde ik me hoe bijzonder deze droom was, en slaperig begaf ik me naar mijn werkkamer om dit schetsend vast te leggen. Ik vond geen aanknopingspunten voor dit bizarre verhaal en herkende alleen de locaties in Haarlem: de al lang geleden gesloopte Spaarnekerk en als route de Gedempte Oude Gracht. De brug herken ik niet, want die was niet werkelijk en meer een soort Escher-constructie. Het waren duidelijk drie taferelen: in de kerk, op straat, en onder de brug. Bij die taferelen waren de vragen als volgt: Wat doe ik hier in die kerk? Waarom loop ik met die stoet mee? Hoe kom ik eruit? Ik had het niet opgezocht en was er voordat ik het goed en wel besefte, ik hoorde er niet bij en was een buitenstaander. Ik was niet gevraagd, liep mee als onafhankelijke derde en besefte dat die mensen werden bedot. En ten slotte de vraag hoe ik ervan kon loskomen en mijn vrijheid kan hervinden De droom gaf weer wat velen vaker gebeurt. Een symbolische droom verbeeldt de werkelijkheid: Het bij toeval of door een onbewuste introductie ergens bij betrokken raken en het een tijd passief volgen. Het overdenken en vervolgens in actie komen.

In mijn droom besefte ik dat de mensen werden bedot. Ik had naar voren kunnen lopen en de geestelijke met een duw van zijn stelten kunnen doen vallen om een einde te maken aan die dwaze vertoning. Waarom heb ik dat niet gedaan? Ik kan voldoende voorbeelden noemen van dergelijke acties die ik in werkelijkheid wel heb ondernomen, soms met succes, maar ook vaak met als resultaat dat de stoet doorliep. Deze droom past bij mij, maar ik heb hem niet zelf verzonnen.