12. Alle dingen snellen voort

De oosterse dichter Tagore sprak over de levensstroom, die zijn aderen en de wereld doorstroomt en danst in ritmische maatslag. ‘Alle dingen snellen voort, zij houden niet stil, zij zien niet om, geen macht kan hen tegenhouden, zij snellen voort.’ Dit doet denken aan het levensritme in slapen en waken, in eb en vloed, in geboorte en dood, maar ook aan de jaargetijden en de bloemen en planten in de natuur. De ritmische levensstroom wekt gedachten op aan de veranderende normen en zeden. Wij leven in het heden met voor ons de toekomst en achter ons het verleden. In Rusland werd een skelet gevonden van een twintig meter lange dinosaurus die honderdvijftig miljoen jaar geleden zou hebben geleefd. In Egypte werd een versteende schedel gevonden van een aap die hier ongeveer dertig miljoen jaar geleden leefde. De eerste mens met de intelligentie van de moderne mens zou niet eerder dan vijftigduizend jaar geleden hebben geleefd. In oude symbolische voorstellingen van de Babyloniërs van nog geen vijfduizend jaar geleden wordt de troonwagen van god gedreven door vier dieren, elk met het gezicht van een mens, leeuw, stier of adelaar.

De levenswegen van de mens? Van Schilfgaarde schrijft in zijn boek Levenswegen: ‘De schorpioen leeft in het verborgene, hij ontvlucht het licht, schuilt overdag in donkere spleten en valt vanuit zijn hoek heftig en onverhoeds aan. […] De adelaar leeft in openbaarheid, zoekt het licht in een hoge vlucht, schiet uit de hemel neer en rooft het weerloze lam.’ De adelaar als tegenpool van de schorpioen betekent dan ook: toewijding in plaats van uitbuiting; roeping in plaats van verzaking; verheffing in plaats van verlaging; hemelvaart in plaats van hellevaart; herrijzenis in plaats van dood. De adelaar als het symbool van de zoeker voor het willen binnendringen in de geheimen van het stoffelijke. Zou Hitler in zijn keuze voor de adelaar zich van deze symboliek bewust zijn geweest? Hoe zit het met de doopsymboliek? De doop van het voorhoofd met water, de kin met zout en de borst met as. Het voorhoofd duidt op de aan het verleden gekoppelde schedel, die door de binding met dat verleden aan verstarring onderhevig kan zijn. Het leven schenkend water beoogt kneedbaarheid, soepelheid en wijsheid in denken. De kin symboliseert de handelende, interveniërende wil. De borst houdt het midden tussen denken en doen, tussen geest en stof en in de as van de verbrande materie gloeit het vuur. Die symbolische doop moet behoeden voor verstarring en tolerant maken.

De oosterse dichter heeft gelijk, maar omzien is wel goed om gedachten op te wekken en te laten voeden met symboliek. Als normen en zeden veranderen, is de vraag wat er in de mens niet verandert.