4. Zicht op licht

De zon is de bron van het werkelijke licht. Het licht ontstaat uit de aan het oppervlak optredende kernprocessen. Als gevolg daarvan verliest de zon per seconde vier miljard kilogram van haar massa. Ze zal daardoor ooit vergaan, maar dat duurt nog een lange tijd; onze zon blijft nog miljarden jaren bestaan. De aarde zal naar verwachting beduidend korter voortbestaan. De kernprocessen met hun hitte van miljoenen graden Celsius zijn bij de mensheid inmiddels wel bekend. De wetenschap daarover heeft zich snel ontwikkeld: in 1860 werden atomen en moleculen ontdekt; in 1897 elektronen; in 1932 neutronen en protonen; daarna kernenergie. De huidige symbolische betekenis van ‘het zien van het licht’ is vooral te danken aan het gewicht dat er in het verleden in die zin aan is gegeven.

In de grijze oudheid was nauwelijks iets bekend over het licht als realiteit. Wel was iedereen zonder meer overtuigd van de essentie van licht als noodzakelijke voorwaarde voor het leven. Het zien van het licht was destijds niet alleen technisch, maar ook geestelijk iets vaags en werd als een afzonderlijk wonder van de goden beschouwd. Het licht was een zelfstandig aspect in de godenwereld en veelal was het zelf een godheid. Elke beschaving had een mooi verhaal om het ontstaan of de aanwezigheid van licht te verklaren. Dat was door schepping, door gevechten tussen goden of door een slim bedenksel van een godheid.

De Bijbel presenteert de scheppende god. ‘En God zeide: Er zij licht; en er was licht. En God zag dat het licht goed was, en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis.’ In Kenia wordt vanouds verhaald dat God de hemel heeft gemaakt, waar het altijd licht is. In Polynesië vertelt een scheppingsverhaal dat Tana’oa, de god van de duisternis, overwonnen wordt door andere goden. De Pueblo-indianen in Noord-Amerika veronderstellen vijf boven elkaar liggende werelden, die zich achtereenvolgend manifesteren. De eerste wereld was zwart en vierkant. Wij leven nu in de vijfde wereld, en in deze wereld komen voor het eerst licht en zon voor. De cultus van de zonnegod Mithras kwam ̶ waarschijnlijk vanuit Iran via India en Klein-Azië ̶ omstreeks 100 n.C. naar Europa. In de Romeinse tijd worden in heel Europa diensten aan deze god gewijd. De oude scheppingsverhalen uit de Soedan over de zoon van de schepper God die te vroeg uit het wereldei komt, zijn eraan verwant. Er is dan geen licht en hij moet voor straf in duisternis levende wezens voortbrengen. Gelukkig bleek het daarna toch mogelijk het licht op de aarde te krijgen.

Is het zicht op licht door de huidige wetenschap beter geworden? Door de ruimtetelescoop Kepler zouden nu meer dan tweeduizend aarde-achtige planeten zijn geïdentificeerd en daarbij zou zijn vastgesteld dat één op de twintig sterren minstens één planeet heeft die op de aarde lijkt. Over enkele tientallen jaren zou er contact kunnen zijn met buitenaardse wezens. Brengt dat meer zicht op het zien van licht? De verhalen over goden zullen dan in ieder geval wel enige aanpassingen behoeven.